ELF 11

14 juli 2006

Desmodroomloos

DESMODROOMLOOS

In de oudheid lokten de Sirenen de schippers op de klippen van de Scylla en Charibdis. (Waar oude talen al niet goed voor zijn ...) Slechts één wist aan de betovering te ontkomen, door zich vast te laten binden aan de mast (en waarschijnlijk het roer vast te zetten)

Mijn Sirenen hebben mij inmiddels op de klippen geloodsd. Één moment van kennelijke onachtzaamheid deden deze ridder van het stalen ros zijn meerdere erkennen in een foeiblauw blikken koetsje. Boem is hó ! Maar op de motor is 'boem' vooral: AAUUUWww ...

Met de aanrijtijd voor ambulances in de regio valt het nog wel mee. Zo krijg je ook nog eens de kans om in een benzineslurpende Chevroletbus rondgereden te worden.

De schade: Ducati: total loss; kleding: kapot; lichaam: breukje in de schouder, kneuzingen over hele lichaam en snijwonden in rechterbovenbeen (vraag me niet hoe dat kan); EGO: forse deuk. Vandaar: DESMODROOMLOOS.

En toch: dezelfde avond, nog bij het traumateam in de behandelkamer, verzocht ik al om enige motorbladen als lectuur. Heren: daar maak je dus geen vrienden mee bij je vrouwelijke levensgezellen (zo heb ik gemerkt).

We zijn inmiddels een maand verder. De meeste wonden (inclusief ego) zijn geheeld, de droomloosheid blijft. Met name omdat ik mij voorgenomen heb bij de keuze van een volgende motor mij toch maar weer door ratio in plaats van door emotie te laten leiden. Het motorrijden blijft; het blijft een verleiding waaraan geen weerstand geboden wordt. Maar het zal dan wel DESMODROOMLOOS zijn ...

12 juli 2006

Desmodroom

DESMODROOM


Mijn username is, zoals een aandachtig beschouwer van de navigatiebalk wel duidelijk zal zijn, desmodroom. Vanwaar nu deze 'prachtige' username ?

Heel simpel: al vanaf mijn adolescente jaren heb ik de behoefte gevoeld om motor te rijden. Een behoefte waaraan nooit tegemoet gekomen werd, omdat mijn familie bij het uiten van deze wens visoenen kreeg van zwaar verkreukelde, om boomstammen gevouwen motorrijders, welk lot uiteraard mij ook zou treffen ;-).

TOTDAT ! in 2004 het virus weer eens de kop op stak en mijn echtgenote - op mijn vraag wat zij er van zou vinden als ik motorrijles zou nemen - de memorabele woorden sprak:
"Je hebt het hier nu al vijftien jaar over. Doe wat je niet laten kunt of hou in ieder geval op hierover te zeuren."
Ik heb dit maar beschouwd als een impliciete instemming ... Dezelfde week nog had ik mijn eerste rijles en twee maanden later had ik eindelijk mijn A-rijbewijs.

Rationeel mens als ik ben, begon ik mijn motorcarrière in december 2004 op een Honda Deauville. Niet te groot, niet te zwaar, niet te klein, niet te licht. Een prima woon-werkmotor. Grotere afstanden schuwde het ding ook niet. Ritjes van 500 km. op één dag waren prima te doen. Een lang weekend naar Engeland voor het bijwonen van een bruiloft ... piece of cake !

En toch: binnen 9 maanden had ik het wel gezien. De banden waren tot aan het randje gesleten (platter leggen kon dus niet), ze kwam wat vermogen te kort, zeker met passagier (hetgeen zo nu en dan voorkwam). Toen zich dus een gelegenheid voordeed om iets anders te kopen, niet getwijfeld en gegaan voor inruil in plaats van reparatie.

Maar wat dan ? Ik ben een klein manneke, dat wil zeggen dat behoorlijk wat motoren afvallen. Als het éénmaal rijdt dan is het niet zo'n probleem, maar onzeker wiebelen op de toppen van je tenen terwijl je je 'ware zware' bij de verkeerslichten overeind probeert te houden, da's ook niet wat.

Ik heb met een aantal verschillende motoren gereden. Géén was slecht. Maar maar bij één had ik een grijns van oor tot oor, bij de Ducati ST2. Een op sportief toeristisch rijden gerichte telg uit een roemrucht italiaans geslacht. Ineens was ik weer verliefd. Een italiaanse schone had mijn hart gestolen. In tegenstelling tot haar rode en gele sportieve zusjes, had deze nog een aura van nuttig gebruik (inclusief kofferset), zodat emotie nog enigzins als rationeel verkocht kon worden aan de buitenwacht.

Het bijzondere van Ducati is dat het tweecylinder motoren zijn, waarbij de cylinders in een hoek van 270 graden met elkaar staan. Dat in combinatie met een bijzondere manier van klepbediening (volgens het demodromisch principe waarbij de kleppen niet alleen door de nokkenas geopend worden, maar ook mechanisch gesloten worden) levert een verslavend motorgeluid op, dat in haar onregelmatigheid (twee klappen na elkaar, even niets, twee klappen na elkaar ... etc.) het hartritme het meest benaderd. Het zingen van de motor is als het geluid van de Sirenen. Het rijden op een Duc is als het beleven van een droom, een desmodroom ;-). Vandaar mijn username.

14 maart 2006

Hoe herkenbaar ...

Hoe herkenbaar ...

Op de blog van tien:

"het liefst zou ik alles doen. iedereen helpen. en allemaal avonturen beleven. (...)"

Geweldig !
Je voelt je zo goed.
Mensen hebben je nodig.
Je hebt kennelijk een doel in je leven ... anders zouden niet zovelen een beroep op je doen.

Totdat je tot de ontdekking komt, dat je je hele leven aan het rennen bent. Rennen en vliegen voor anderen. Problemen van anderen oplossen, problemen die je zelf niet eens zou veroorzaken, want voortkomend uit in onvoldoende mate blijk geven van besef van verantwoordelijkheid voor het eigen bestaan.

Tot ...
de twijfel toeslaat.
Je vraagt je af, waarom je het allemaal doet.
Ben je dan misschien toch niet geroepen ?
Is je werkelijke motief het dienen van de Eeuwige, of zoek je erkenning / status / eer ? Misschien doe je ook maar, gewoon: omdat je nooit anders geleerd hebt.
En dan kom je tot de ontdekking dat het voor anderen helemaal niet zo vanzelfsprekend is om zó hard voor jou te knokken, als jij altijd - zonder enig onderscheid - voor anderen hebt gedaan.

Daarom: het is niet belangrijk
- wat je doet, of
- hoe veel je doet.

Belangrijk is: WIE je bent.

Woutertje Kaboutertje

Woutertje kaboutertje

Ik heb het genoegen gesmaakt om bij Wouter Bos, thans PvdA kopstuk, in de brugklas te zitten. Het was een slim manneke. Inderdaad: manneke. Hij was niet groot van stuk ... wel van mond. Allemachtig wat kon die jongen kletsen.

Aan Wouter geen slechte herinneringen. Het was een betweter, maar dat waren we toen allemaal. Wat wil je? Toekomstige gymnasiumklanten op een school waar nog letterlijk gezegd werd dat gymnasium de elite is en gymnasium bèta de elite van de elite. (Waarom heb ik gymnasium bèta ook al weer afgemaakt ? Prestige wellicht ? Het idee dat iets anders doen verliezen zou zijn. Ik kon niet - en kan nog steeds heel slecht (nou ja: eigenlijk helemaal niet) - tegen mijn verlies.)

Dat ik voor de eerste keer uit de klas gestuurd werd (3 keer in mijn hele schoolperiode - foei wat was ik braaf ;-p ) was eigenlijk wel de schuld van Wouter. Tegelijkertijd was het humor.

Het was rumoerig in de klas. Wouter zat naast me en vond het lollig om telkens met zijn elleboog in mijn zij te porren. Ik vond dat niet leuk. De docent was niet gecharmeerd en kondigde net aan dat de eerste die nog lawaai maakte het klaslokaal mocht verlaten om af te koelen op de gang (dat mocht toen nog zó). Wouter gaf me weer een por. Ik was het zat en gaf hem een - voor mijn doen - behoorlijke ram in zijn zij met mijn elleboog. Een soort kwakend 'AUW' voortbrengend, vloog Wouter een halve meter de lucht in ... en vervolgens de klas uit.
Het recht had gezegevierd! Waarschijnlijk omdat ik me geen houding wist te geven, barste ik in lachen uit. Een lach die het midden hield tussen gegiechel en nerveus gekakel ... en mocht vervolgens Wouter gezelschap gaan houden!

Waar Wouter - in mijn herinnering - niet zó goed tegen kon, was om geconfronteerd te worden met zijn (toenmalige) gebrek aan lengte. Wouter pesten, werkte het beste door het zingen van onderstaand kinderliedje. Zèlf net ontrukt aan de lagere school, kenden we deze liedjes nog wel. Succes verzekerd: Wouter was 'not amused', al gaf 'ie dat toen met minder understatement aan.

Refrein:
Woutertje kaboutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje kaboutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.

1.
Ik heb 'm al jaren en nooit geeft 'ie last.
Hij woont in een trommeltje onder de kast.
En 's morgens om zeven uur hoor je geluid.
Dan roept 'ie om eten, dan wil 'ie eruit.

refrein

2.
Ik zag 'm voor 't eerst op de mat in de gang,
Ik zei goeiemorgen ben jij hier al lang.
Hij zei nou ik denk een minuutje of vijf,
Ik vind je wel aardig, ik denk dat ik blijf.

refrein

3.
Hij is reuze aardig we hebben veel pret,
Maar 's avonds om zeven uur moet 'ie naar bed.
Hij trekt een pyamaatje aan van katoen,
Dan bindt 'ie zijn baard op en krijgt nog een zoen

refrein:
Oh die Woutertje woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep. Hoi!

(Bron: Liedjes met een hoepeltje erom)

Het ontbrak Wouter niet aan ego.

Ik ken de maten van Wouter niet. Als je hem op televisie ziet, lijkt het er niet op dat hij nog gebukt moet gaan onder een kleinere lengtemaat dan modaal. Ik hoop dat hij groot zal zijn. Zo groot om de belangen van het volk te laten prevaleren boven zijn ego.

Als je mijn vorige post gelezen hebt, zal het je niet verbazen dat ik daar aan twijfel.
Ik heb geen hoge pet op van politici. Sorry Wouter !

09 maart 2006

Gemeenteraadsverkiezingen

Gemeenteraadsverkiezingen

Toen ik voor het eerst stemde, moest ik met een hard (2H) rood potlood op zo'n soort grijzig gerecycled toiletpapieren A3-vel dat minitieus door kaboutertjes met Origami-neigingen gevouwen was tot een folder die, éénmaal geopend, niet of nauwelijks meer dicht te vouwen was mijn stem uitbrengen door het inkleuren van een petieterig klein nulletje voor de naam van een grote nul die politieke aspiraties had.

Probleem was uiteraard dat het potlood met harde stift nauwelijks zijn kleur afgaf, daarnaast ná de laatste slijpbeurt uitgeleend was aan een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf, zodat er niet meer echt van een fijnschrijvende (= zowel dun schrijvend als lekker schrijvend) potloodstift gesproken kon worden. Als je dan met pijn en moeite - en met gebruikmaking van het van één van de oude dames in het huis van jouw grootouders geleende vergrootglas (om de kleine lettertjes te kunnen lezen) - een hokje aangekruist had, bleek dat het inkleuren haast het doorboren van het - in oorlogsjaren nog voor het gebruik als toiletpapier afgekeurde - stembriefjespapier met zich mee had gebracht, zodat je stem ongeldig dreigde te worden.

Vervolgens diende dat vel papier weer opgevouwen te worden en in de gleuf van de stembus - die wijselijk van een trechtervorm was voorzien - gefrut te worden; een opgave die enkel volbracht kon worden door alle dagen heel drukke kleuters die in de buitenfröbelschoolse uren tenminste gedurende één jaar aan de TU Delft enige vorm van vouwkundige opleiding hadden gevolgd, aangevuld met de kennis van het boek: De Vierde Dimensie, en de vaardigheden van een Nico Zwinkels die een jaar lang zich vermeid heeft met het volgen van cursussen japanse vouwkunst (Origami) en wenskaartjes maken uit theezakjes. Niet mijn kopje thee dus.

Daarnaast heeft de tijd mij geleerd, dat een vergrootglas onvoldoende is om de kleine lettertjes van de partijpolitiek te lezen. Politici zijn toch mensen die in overwegende mate de gedachte hebben dat het kiezersvolk gek is en daarom leven volgens de leidraad:
Veel beloven en weinig geven,doet de gek in vreugde leven.
Vervolgens heeft de gek het door, sluit zich aan bij een populistische partij, waarvan de leider - zonder enige toetsing van zijn programma - als een Messias binnengehaald wordt omdat hij wat anders durft te zeggen dan de broodpolitiekers en vervolgens afgeknald wordt, danwel langzaam van het pluche afglijdt. Ergo: weer een paar jaar later zijn we allen weer teruggekeerd in de warme schoot van CDA/VVD/PvdA/CU etc. en laten we ons weer vrolijk ringeloren door mannen in dure pakken.

Welkom in de grotemensenwereld !